jNews Module




Goed geboekt

Van een brave lobbes naar een waakhond

Nee, dit gaat niet over mijn belevenissen als hondenbezitter.
Met honden heb ik niets. Vorig jaar nog gebeten door zo'n beest. Kreeg een behandeling tegen hondsdolheid, je weet maar nooit. Nee dit stukje gaat over mijn overstap van het dagblad Trouw, misschien wel de beste krant van Nederland naar De Volkskrant.

Lees meer... Van een brave lobbes naar een waakhond  

Vrijzicht op Social Media

  • Twitter: vrijzicht

Engelen

  • PDF
engel-150x150“Hebt U ooit een engel gezien?”Dat is een vraag waarop u geneigd zult zijn een sceptisch of ontkennend antwoord te geven. Ja natuurlijk: wel ergens op een kerkorgel, of als een kinderkopje met kleine vleugeltjes tegen een ouderwets plafond.

Dit artikel uit het archief van NVO werd geschreven door Prof. Dr. R. Boeke op 14 december 1984. Boeke werd geboren in 1906, hij was vrijzinnig predikant, en hoogleraar vergelijkende godsdienstwetenschappen en godsdienstcommunicatie aan de universiteit te Antwerpen. In Nederland werd hij vooral bekend als de oprichter van de Stichting Interreligio.

Om een nieuwe benadering van de “beelddragers” van God.
“Hebt U ooit een engel gezien?”Dat is een vraag waarop u geneigd zult zijn een sceptisch of ontkennend antwoord te geven. Ja natuurlijk: wel ergens op een kerkorgel, of als een kinderkopje met kleine vleugeltjes tegen een ouderwets plafond. In de bijbel wordt op verschillende plaatsen gesproken over engelen:
Openbaring hoofdstuk 12 meldt dat Michaël, “de opperbevelhebber der hemelse krachten” de draak overwint. Hij strijdt ook tegen de machten van Perzië en Griekenland (Daniël 10, 12). In een latere overlevering draagt hij de naam Metatron, die de zelfde getalswaarde heeft (314) volgens het Hebreeuwse alfabet als de Almachtige (Shadai, Genesis 17). Deze is voor het volk Israël een gids, een “kwartiermaker” die voor het leger uittrekt, zoals de vuurkolom in de woestijn (Exodus 13). Verder wordt hij “verklaarder van heilsgeheimen” genoemd. Dat werpt licht op zijn verlossende functie op aarde.En 't stemt ons tot een andere overweging: Wat heeft zo'n gestalte ons eigenlijk te zeggen?

Nog een andere godsgezant: Gabriël.
Deze is bekend als de aankondiger in Nazareth van Jezus' geboorte aan Maria, die gehoorzaam voor hem buigt. “Hij zal groot zijn en zoon van de Allerhoogste worden genoemd” verzekert deze voorbode van een nieuwe Levenswerkelijkheid. Ja, wat zal Kerstfeest zijn zonder de engel die stervelingen grote blijdschap toezegt? En wat zonder de zingende engelenschaar: de hemel gaat open en er komt een Kracht aan de dag die hulpelozen nieuwe levensmoed geeft.

Dienende geesten
Dikwijls zijn hemelboden niet bij name bekend. Alleen weet men van hun reddend werk, hun voorname, schragende steun. Zij zijn dienende geesten, vurig toegewijde figuren, stille metgezellen. Dr. Moolenburgh uit Haarlem schreef een boek “Engelen als beschermers en helpers der mensheid”. Het boek is geïllustreerd met gravures van Gustave Doré, en doet verslag van een enquête, die onder de patiënten van de auteur werd gehouden. Onder die vertrouwelijk meegedeelde levenservaringen zijn diverse serieuze voorbeelden van ontmoetingen met engelen.
Een moeder brengt haar zoon, student in Amsterdam, naar de “blauwe tram”. Bij het oversteken van de rails wordt zij met een ruk aan de arm naar achteren getrokken, er nadert een tram van de tegenovergestelde kant. Zij wil haar redder dan bedanken, maar er is niemand te bekennen. Zeker, het kan ook anders toegaan. Toch stemt zoiets je tot inkeer: hoe ben ik eruit, erdoor gekomen? Dan weer spreek je een rooms-katholieke jongen, die op een persoonlijke vraag: “Geloof jij in een beschermengel?” meteen even over zijn schouder wijst.
Een jood zegt zelfs: “Ieder mensenkind heeft zijn of haar “mazzel”. Ook grote christenen vonden zoiets vanzelfsprekend. Michel Angelo schilderde op het gewelf van de Sixtijnse kapel de profeet Jesaja met een kleine, visionaire engelenfiguur achter zich die hem tot zijn machtige gezichten inspireerde. En Rembrandts tekeningen tonen telkens de verheven figuren die de menselijke nood komen verlichten: van de biddende Christus in Gethsémané of van de ouders van Simson (Richteren 13) in de kritieke tijd voor een wonderbare geboorte.

Om een nieuwe verstandhouding
Dit alles stemt tot nadenken; er is meer tussen hemel en aarde gaande dan wij vermoeden. Opmerkelijk is 't dat hierop juist in de laatste jaren meer wordt ingegaan.
De reformatoren Luther en Calvijn hebben zich nauwelijks over engelen uitgesproken. In de 19e eeuw schreef de gereformeerde voorman Abraham Kuyper wel over “de engelen Gods”. Maar ook aan het eind van de tweede wereldoorlog raadde de Duitse protestantse professor Claus Westermann tot opmerkzaamheid door zijn beschouwingen getiteld: “Gods engelen hebben geen vleugels nodig”- al zat hij een tijd in een gevangenkamp. Later kwam dr. Blauw, tegenover allerlei bedenkingen, uit voor “Het bijbels getuigenis aangaande de engelen”. En nog in 1983 publiceerde dr. R. Boon (Boekencentrum) een dergelijk geschrift: “Over de goede engelen” met als ondertitel ”de ontmaskering van een pedant ongeloof”. Wel gaat de auteur daarin wat negatief in op de betekenis van de mythe en de secularisatie, maar hij biedt ook veel klassiek materiaal over de engelenwereld.

Engelen in de moderne kunst
In die “cultuur-kritische studie” brengt hij een rijkdom aan overleveringen uit het nabijbelse Jodendom en pleit hij voor een nieuwe benadering met een minder rationalistische kijk op deze “beelddragers” van God. Hij ziet hun hemelse taak in goddelijk licht “doordat het ingewijden zijn in het geheim van Zijn liefde”. In tegenstelling tot een sinds het jaar 1500 overheersende wereldbeschouwing en kortzichtige geestesgesteldheid wijst hij op de baanbrekende ontdekkingen van de moderne kunst die wegen heeft geopend naar een nieuwe humaniteit en spiritualiteit. In het werk van Van Gogh, Klee, Kandinsky en Chagall heeft hij ontdekt dat het gaat om een nieuwe verstandhouding waardoor men, in plaats van zich te richten op het object, het model, tot een zuiverder uitdrukking komt van alles onder zijn onderlinge samenhang. Hij spreekt van de communicatieve werking van het beeldend vermogen.Zo zal ook het hemelse verband met een “innerlijke blik” nieuw gezien moeten worden. Daarom schilderde Chagall zo vaak engelen uit een “andere wereld”. Ze komen opnieuw bij hem in zicht. Zo schilderde hij een beschermengel die zijn huwelijk in zijn hoede neemt. En ook in de gebrandschilderde vensters voor de kapel in Jeruzalem nemen deze een belangrijke plaats is.

Wachters
Men moet echter niet menen dat er met engelen alleen door Joden en Christenen ernst gemaakt wordt. Ook in de wereld van de Islam, die streng is tegenover uitbeelding van het heilige, spelen engelen een belangrijke rol. Zij vormen zelfs een van de pijlers van de geloofsleer der Moslims. Volgens de Koran prijzen zij God ook bij dag en nacht. Allah kiest ze uit en doet ze in de wereld nederdalen met de Geest. Zij werpen zich voor Hem neer en geven zijn zegeningen aan de mensen door, in het bijzonder over de Profeet Mohammed. Gabriël droeg de goddelijke openbaring tot hem. Wel blijven de engelen, die ten opzichte van de mensen superieur zijn, de minderen van de grote profetische boodschappers, maar zij fungeren toch als wachters van hemel en hel. Zij houden “boek” van de daden der stervelingen en kondigen het Gericht aan. Maar ook hier zijn zij de beschermende geesten van de mensen. Al hebben de mensenkinderen buiten God geen Bezorger, deze wezens volgen Hem naar Zijn beschikking op Zijn weg en gaan voor hem uit.

Het verhaal van Tobit
Bijstand en hulp voor de gelovigen is zeker een steun in het leven geweest voor de mensen van het Oude en Nieuwe Verbond. Daarvan biedt het vluchtelingenverhaal van Tobit een typerend voorbeeld. Het verhaal is opgenomen in de Apokriefe geschriften of, zoals met die ook wel noemt, de “deuterokanonieke boeken” (Dat is een Griekse karakteristiek voor “niet-officieel erkend”).
Tobit was een vrome figuur die veel voor het onderhoud van de eredienst over had. Al jong werd hij wees en maakte heel wat door. Eens gaat hij zitten uitrusten tegen een muur en krijgt een mussenuitwerpsel in zijn ogen waardoor hij blind wordt. Tevergeefs proberen dokters hem te helpen. Hij blijft afhankelijk en tast rond. Dan stuurt hij zijn zoon Tobias naar het land van de bezetter, waar hij zelf eerder ook terechtgekomen was. Deze neemt op raad van zijn vader een reiskameraad mee, een voorname landgenoot. Onderweg halen zij een grote vis uit de donkere diepte van een stroom. Daarvan bakken zij hart en lever op een vuur. Naar huis teruggekeerd geneest de zoon hiermee de blindheid van zijn vader en zo komt het tot een gelukkig weerzien. Dan maakt de reisgenoot zich bekend. Hij openbaart zich als een engel, Rafaël genaamd. Deze zegt: “Loof God en dank hem. Laat uw dankbaarheid horen voor wat Hij voor U gedaan heeft. Ik ben éen van de zeven engelen die toegang hebben tot de heerlijke troon van de Heilige”. Op deze wijze verschijnt de helper en boodschapper van de Eeuwige voor hem in mensengedaante als hij zijn ware wezen onthult.

Gasten als stille steun
Een dergelijke verborgen ontdekking werd ook al aan de eerste (én latere!) christenen beloofd. In de brief aan de Hebreeën (13 : 2) staat de vermaning:“Verzuim de gastvrijheid niet, laat de liefde tot uw geloofsgenoten blijven; want zodoende hebben sommigen zonder het te weten engelen geherbergd”. Zo'n gast van heilig gehalte blijkt soms een stille steun te zijn, met versterkende, vergaande draagkracht. Hij kan ons ineens een venster op de hemel openen en ons een nieuw levenslicht wijzen, dat aanbreekt door de duistere wolken van het aardse bestaan.
Laatst aangepast op maandag 12 maart 2012 21:17