jNews Module




Goed geboekt

Van een brave lobbes naar een waakhond

Nee, dit gaat niet over mijn belevenissen als hondenbezitter.
Met honden heb ik niets. Vorig jaar nog gebeten door zo'n beest. Kreeg een behandeling tegen hondsdolheid, je weet maar nooit. Nee dit stukje gaat over mijn overstap van het dagblad Trouw, misschien wel de beste krant van Nederland naar De Volkskrant.

Lees meer... Van een brave lobbes naar een waakhond  

Vrijzicht op Social Media

  • Twitter: vrijzicht

Het verhaal van de wind

roothaanHeel lang geleden zag ik in de bioscoop de film “l'Histoire du vent van Joris Yvens. l'Histoire du vent: Het verhaal van de wind. Een meer dan twee uur durende film die over de wind gaat. De eerste 10 minuten is het drukkend stil. De kijker ziet een oude man op een stoel. Een beetje in elkaar gedoken, opgesloten in zichzelf.
Roerloos. De roerloosheid van mensen die in shock zijn. De roerloosheid van mensen die het niet op kunnen brengen nog íets van het leven te verwachten. Waardoor is de man zo bedrukt? Ik kijk.
De man wil niet meer. Lijkt mij. En dan steekt de wind op. Hij zit daar op die stoel op de berg en de wind steekt op.
Je hoort de wind waaien en langzaam komt de man in beweging. Hij loopt terug over de zandige duin. Terug naar waar huizen zijn, en mensen. Een glimlach op het gezicht. Zittend op dat duin wacht hij op wind. Dat is wat hij nodig heeft: wind.

Pneuma en ruach
Ook de bijbel is van wind doortrokken. Toen de theologen al die losse verhalen in de Bijbel over God en zijn Zoon die ons redde uit het kwaad, begonnen te systematiseren, konden ze niet om al die adem en wind heen. Hoe moesten ze al die levensadem en wind, die zo zelfstandig optreedt in de Bijbel, begrijpen? Zowel in het Grieks, als in het Latijn, alsook in het Hebreeuws konden ze er niet omheen dat het woord dat daar stond iets met adem en met wind te maken had. Ruach in het Hebreeuws. Een onomatopee, een woord dat 'geboren werd' uit een geluid. Je hoort het, ruach, het geluid van een ademstoot. Ook het Grieks heeft die klank, die wind nabootst: pneuma, fneuma. Het doet me een beetje denken aan zwangerschaps-gymnastiek waar vrouwen en mannen leren puffen. Pf, zo drijf je het kind naar buiten.
Tot slot het Latijn: spiritus. Ook een klanknabootsend woord bijna.
Een woord waarin de bijbel gedrenkt is. Ruach, geest, adem, wind.

Vanaf zin twee komt hij gelijk om de hoek kijken. Genesis 1: 2: De aarde was woest en leeg, duisternis lag over de diepte, en de geest (ruach) van God zweefde over de wateren. Een andere bijbelpassage spreekt weer van God als iemand die verschijnt op de vleugels van de wind.

Islamitisch verhaal
Het is niet enkel de Christelijke traditie die zich door de wind bewogen weet. Ook uit mystiek islamitische kringen kennen we zo'n verhaal. Er was eens een rivier die vanuit zijn bron op reis ging. Langs allerlei landschappen trok de rivier, strakke en overzichtelijke landschappen waardoor het makkelijk stromen was. Langs woeste en hoge berglandschappen stroomde de rivier.

Tot hij bij de woestijn aankwam. Het stromen hield op. Want wat de rivier ook deed, hij zakte hopeloos weg in het zand. Moedeloos werd de rivier. Tot hij een stem hoorde die hem zei: “Laat je meenemen door de wind!” Het idee sprak de rivier niet meteen aan. “Zich laten meenemen? Zich laten dragen? Zou hij zijn persoonlijkheid niet verliezen? Zou zijn Ego niet verdampen? Zou hij nog wel een rivier zijn . . ?” Een rivier stroomt immers op eigen kracht. Uiteindelijk gaf hij zich over. De rivier verdampte en liet zich meevoeren door de armen van de wind die hem vervolgens, waar de bergen de woestijn volgden, weer liet vallen zodat hij als regen neerkwam op de aarde en opnieuw een stroom kon worden. Zo leer je dat je je reis alleen maar kunt voortzetten als je je durft laten meenemen door de wind.

Enthousiasme
Als je het verslag van de eerste Pinksterdag leest, ontkom je niet aan de indruk dat de leerlingen van Jezus zich nogal uitbundig gedroegen: ze “begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.” Ze waren enthousiast; letterlijk: “entheos”, God was binnen in hen. Enthousiasme, u weet heet, werkt aanstekelijk: “Op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend”. De Bijbel roept ons op om enthousiast te zijn - vervuld met vreugde en blijdschap. Met Pinksteren is wellicht aanleiding om aan jezelf (opnieuw) twee vragen te stellen: ten eerste: waar ben ik (nog) echt enthousiast voor? Voor mijn huwelijk of relatie, voor een ideaal, of voor een sport of hobby? Of leef ik niet echt enthousiast meer? Ten tweede: voel ik (nog) enthousiasme voor mijn geloof, mijn geloofsgemeenschap, de kerk? Herken ik iets van dat in vuur en vlam staan van die eerste volgelingen van Jezus?

Het enthousiasme van Pinkstergroepen vinden wij vaak maar vreemd en overdreven. Zijn vrijzinnigen te rationeel, te realistisch, te relativerend, om zich door de Geest op te laten tillen en zich vol overgave te storten op een ideaal dat onze wereld dichter brengt bij vrede en gerechtigheid? Mensen die zich zo onbekommerd durven inlaten met de Heilige Geest, de wind, of de levensadem, worden vaak zweverig genoemd. Dat was bijvoorbeeld zo'n verwijt aan de feministische theologie. Die hadden nogal wat op met de Geest, al was het maar omdat het beeld niet vast zat aan een mannelijk beeld. Zo vaag, zo zweverig, zeiden de deftige heren theologen. Nou: laat hen maar zweven!
Eén van de meer bekende liederen die zeer geliefd werd bij Vrouwen voor Vrede was van Maria de Bruyne:

De geest van God waait als een wind,
op vleugels van de vrede.
Als adem die ons leven doet,
deelt ons een onrust mede.
Die soms als storm durft op te staan,
geweld en kwaad durft tegen gaan:
een koele bries die zuivert.

Het is niet de wind die tot bedaren brengt, maar de wind die tot actie, tot beweging brengt. Er gebeurt iets met je.

Inspiratie
Opvallend in het verhaal uit Handelingen, is dat de nieuwe moed, de inspiratie en de geest van buiten, van boven komen. Het overkomt je. Je hebt het niet alleen aan jezelf te danken. Misschien herkent u die ervaring wel. Het moment waarop je opeens weet waar je met je leven naartoe moet. Een situatie waarin alles donker was en er onverklaarbaar toch opeens weer licht kwam in je leven.

De plotselinge moed om toch het gevecht weer aan te gaan, met je zelf, met de wereld, met het leven. De hoop die je dacht verloren te hebben en die toch weer opwelt in je hart. Het gaat uit boven je eigen kunnen, je wordt opgetild, gedragen, de wind steekt weer op. Het voelt als iets dat je - van Godswege - overkomt.

Het helpt als we in staat zijn om open staan voor ons wat van buiten, van boven, wordt aangereikt. Misschien kent u dat grapje wel van de man die elke avond bidt om de lotto te winnen. Maar hoe hij ook smeekt er gebeurt niets. Na een half jaar is de man wanhopig, vertwijfeld roept hij in zijn gebed: “God, ik heb het nu zo vaak gevraagd, waarom laat u mij nou niet winnen?!” Waarop er een geïrriteerde stem uit de hemel klinkt: “Koop dan toch eens een lot, man!”

Wie verlangt naar vernieuwing, naar inspiratie, naar een levend geloof, doet er goed aan in z'n leven ruimte te maken voor de Geest. In het verhaal uit Handelingen zijn de leerlingen dagenlang biddend bij elkaar voor de wind opsteekt, ze de geest krijgen en het vuur weer bij hen opvlamt.
Dat roept bij mij de vraag op waar ik inspiratie vind en of ik - juist in tijden dat het niet vanzelf gaat, dat het niet zomaar stroomt - mezelf genoeg ruimte en tijd gun om die bronnen weer op te zoeken.

Bronnen van inspiratie, plaatsen waar de geest vrij spel heeft, tijd en ruimte die in zekere zin los staan van de drukte van alledag waardoor een nieuwe openheid ontstaat. Juist bij het Pinksterfeest realiseer ik me dat een geloofsgemeenschap zo'n kostbare plaats is. Ondanks alle kritiek die er op de kerk te leveren is, is ze voor mij - in deze onvolmaakte wereld - vooral vervuld door een positieve kracht, een plek inderdaad om de Geest te krijgen.

Dat gevoel bij de kerk vond ik ook prachtig verwoord in de roman “Nachttrein naar Lissabon” van Pascal Mercier. En omdat ik het zo mooi vind heb ik het onlangs ook gebruikt voor een overweging in Varsseveld. Maar graag haal ik het hier vandaag ook nog een keer aan, op het geboortefeest van de kerk, met de schijnwerper op al haar goede kanten.

In zijn “Nachttrein naar Lissabon”schrijft Mercier de volgende zinnen:

“Ik wil niet in een wereld zonder kathedralen leven. Ik heb hun schoonheid en verhevenheid nodig. Ik heb ze nodig als verzet tegen de platvloersheid van de wereld. Ik wil opkijken naar de stralende kerkramen en me laten verblinden door hun bovenaardse kleuren. Ik heb hun glans nodig. Die heb ik nodig als verzet tegen de smerige eenheidskleur van uniformen. Ik wil mijzelf hullen in de bittere kou die in kerken hangt. Ik heb hun gebiedend zwijgen nodig. Ik heb het nodig als verzet tegen het gebral van kazernes en het stompzinnig gezwets van de meelopers. Ik wil het bruisende geluid van het orgel horen, die stortvloed van bovenaardse klanken. Ik heb die klanken nodig als verzet tegen de schelle lachwekkendheid van marsmuziek. Ik houd van biddende mensen. Ik heb hun aanblik nodig. Ik heb die nodig als verzet tegen het verraderlijke gif van de oppervlakkigheid en de stompzinnigheid. Ik wil de machtige woorden van de bijbel lezen. Ik heb de magische kracht van hun poëzie nodig. Ik heb ze nodig als verzet tegen de verwaarlozing van de taal en de dictatuur van de leuzen. Een wereld zonder die dingen zou een wereld zijn waarin ik niet meer wil leven”.

Prachtige woorden en dan is het belangrijkste voor mij nog niet eens verwoord: Geloven doe je niet in je eentje. Je weet je verbonden met anderen. Samen vormen we een geloofsgemeenschap. Met Pinksteren is het dan ook begonnen: Het is op de 50e dag na Pasen, het feest van de uittocht uit Egypte, dat Joden de volle oogst van hun bevrijding vieren, n.l. dat ze tien wegwijzers voor het leven ontvingen, door ons onjuist vertaald als 'de tien geboden'. Christenen vieren op de 50e paasdag, met Pinksteren dus, de volle oogst van een leven met Jezus van Nazareth, n.l. leven in een gegrepen zijn door zijn geest. Jezus die niet een nieuwe leer bracht, maar die de geest van die tien woorden volledig toegewijd was en daarnaar leefde. Het draaide er voor hem geloofsvertrouwen te koesteren. Die houding van geloof en vertrouwen leidde tot een radicaal andere levenshouding. Niet die van hebben en houden, maar van samenzijn en delen. Zijn eerste volgelingen gingen hierin in zijn spoor verder.

Pinksteren mag ook een appèl doen op onszelf. Opnieuw de trilling voelen van Gods Geest, een enthousiasme die je als in een golfbeweging vanuit je ziel optilt en meevoert. Het is als verliefdheid . .

Want dat is, tot slot, natuurlijk de pointe van het Pinksterverhaal: waar je de geest hebt gekregen, begint je taak in de wereld. Waar je geïnspireerd bent geraakt, heb je wat te delen, wat te geven aan de wereld. Niet vanuit een hoogmoedig perspectief, alsof wij NPB'ers beter, kritischer zouden zijn dan de rest, maar omdat het schone, het waardevolle, het goede, waard is om doorgegeven te worden.

“Ik schaam mij het evangelie niet”, zei Paulus ooit. En met Pinksteren mogen wij ons die woorden in herinnering roepen, in de hoop eenzelfde vrijmoedigheid te vinden. Want waar wij met elkaar ons geloof, onze inspiratie, delen, daar steekt de wind op, daar krijgen mensen de Geest, daar is het opnieuw Pinksteren, de vijftigste dag!

Tot slot
Toen een goede vriendin dertig jaar geleden ongeneeslijk ziek werd, en het duidelijk was dat het meer een kwestie van dagen dan van weken was, vroeg ik of zij niet nog een tochtje met de auto wilde maken. We zouden naar Amsterdam kunnen gaan, of naar Zandvoort, of naar de plaats waar zij vandaan kwam. Zij dacht na en zei: “Het is goed, laten we naar de hei gaan.” We namen stoelen mee. November was het en bepaald fris. Zo zaten we daar op twee tuinstoelen met een deken omgeslagen. En daar aan de rand van de Mookse hei hebben we toen gezeten. Niets gezegd. Het enige wat zij zei: “Heerlijk, zo in de wind.”

Gevoelloos en roerloos als de oude man in de film van Joris Ivens. Op zoek naar kracht om weer in beweging te komen. “Zoek de wind”, is wat de dichters zeggen.
Laat je beroeren en meenemen door de wind.